Overal in de wereld zien we landen weer kiezen voor kort-door-de-bocht, masculien leiderschap. Het resultaat: grote problemen blijven onopgelost en conflicten lopen juist op. Met een hamer sla je nu eenmaal makkelijker iets stuk da waarop we teams aansturen. Dat geldt voor wereldleiders, maar net zo goed voor de manier waarop we teams aansturen.
Bij de Zelforganisatie Fabriek geloven we in een ander uitgangspunt: de kracht van teams, vakmensen en goede samenwerking. Coachend leiderschap is daar de logische stijl bij. In deze blog neem ik neem ik je mee in wat coachend leidinggeven het precies is, waarom het werkt en hoe je het zelf in de praktijk brengt.
Van ‘great man theory’ naar coachend leiderschap
Het beeld van de geboren leider zit diep. In de negentiende eeuw geloofde men dat goede leiders vooral mannen waren die met de juiste eigenschappen geboren werden, de zogeheten ‘great man theory’ (Halaychik, 2016), waarbij afkomst minstens zo veel telde als talent. Inmiddels weten we beter: eigenschappen als drive, motivatie, integriteit, zelfvertrouwen, cognitieve vaardigheden en vakkennis blijken een veel grotere rol te spelen (Kirkpatrick & Locke, 1991), gevolgd door visionair en charismatisch leiderschap als invloedrijke stijlen (Northouse, 2003). De rode draad: leiderschap is te leren en te ontwikkelen, niet alleen een aangeboren talent.
Wat is coachend leiderschap precies?
Coachend leiderschap gaat ervan uit dat mensen de potentie hebben om zich te ontwikkelen en uiteindelijk grotendeels zelforganiserend kunnen werken. Een coachende leider stuurt dus niet voortdurend bij, maar begeleidt medewerkers naar meer eigen verantwoordelijkheid en een assertieve, zelfstandige manier van werken. Drie elementen staan daarbij centraal:
- Aandacht voor de hele mens: niet alleen voor de taak, maar ook voor wat iemand drijft en nodig heeft.
- Systeemdenken: kijken naar het grotere verband: hoe beïnvloeden team, organisatie en omgeving elkaar?
- Luisteren, motiveren en gesprekstechniek als belangrijkste vaardigheden van de leider.
Ook zelforganiserende teams hebben structuur nodig
Een belangrijk misverstand over zelforganisatie is dat mensen die hun werk grotendeels zelf aansturen, geen erkenning of structuur meer nodig hebben. Het tegendeel is waar. Thunissen en de Graaf (2013) noemen dit de ‘basishongers’: op biologisch niveau hebben we behoefte aan prikkels (denk aan daglicht, koffie, uitdagend werk), op psychologisch niveau aan erkenning (‘strooks’, eenheden van waardering) en op sociaal niveau aan structuur, zoals werktijden, functieomschrijvingen en heldere vergader-, beoordelings- en beloningsafspraken. Coachend leiderschap voorziet in een flink deel van die basisbehoeften. Juist omdat het de mens als geheel serieus neemt, in plaats van alleen de taak.
Teams doorlopen fases, en dat vraagt om flexibel leiderschap
Volgens Hersey en Blanchard (1985) maken teams, net als individuele medewerkers, een ontwikkeling door. Op basis van die ontwikkeling wordt een stijl toegepast: eerst hebben ze sturing nodig (taakgericht leiderschap), daarna motivatie (mensgericht leiderschap) en uiteindelijk ruimte (delegeren).
Voor mijn afstudeeronderzoek (Van der Meer, 2007) testte ik dit model bij ongeveer 35 teams. Een paar opvallende uitkomsten:
- Teamontwikkeling en teamprestaties gaan hand in hand, met een sterk verband tussen psychologische veiligheid, onderling vertrouwen, cohesie, open communicatie en feedback enerzijds, en teamprestaties anderzijds.
- Meer taakgericht leiderschap ging samen met betere prestaties, terwijl mensgericht leiderschap op zichzelf geen garantie bood voor een bevlogen of presterend team. Het vierfasenmodel van Hersey en Blanchard kwam in de praktijk ook niet één-op-één overeen met wat ik terugzag; de werkelijkheid is genuanceerder dan het model doet vermoeden.
Betekent dit dat taakgericht leiderschap altijd beter is dan coachend leiderschap? Nee, want dat was niet de vraag die ik onderzocht.
De conclusie die wél standhoudt: zorg eerst dat de structuur van het team goed staat. Rollen en doelen moeten helder en concreet zijn, anders ontstaat er vanzelf gedoe. Zet daarnaast in op teamontwikkeling en coachend leiderschap, want een sterker team levert ook meer op. Maak van teamontwikkeling alleen geen doel op zich: ‘goed genoeg’ is vaak verstandiger dan perfectie nastreven.
Twee taken van de coachende leider: sturen en voeden
Voor de leider betekent dit dat je voortdurend je team analyseert en kiest welke interventie nodig is.
Grofweg heb je daarbij twee knoppen:
- de taakgerichte, sturende kant (‘structureren’)
- de mensgerichte, voedende kant (‘voeden’).
Een effectieve leider schakelt flexibel tussen beide, afhankelijk van de fase van het team en de aard van de taak. Hoe ver een team mag doorgroeien richting zelforganisatie hangt af van de situatie: een productieteam met een vaste, afgebakende taak heeft andere behoeften dan een projectteam dat zelf koers moet bepalen. Een vuistregel die altijd opgaat: doe als leider niets wat het team net zo goed zelf kan doen. Elke taak die jij overneemt, is een kans op ontwikkeling die het team mist.
Coachen: confronteren, reflecteren en de juiste diepgang vinden
De kern van coachend leiderschap is dat je je team helpt patronen te zien. Patronen die werken, en patronen die belemmeren. Dat doe je door te confronteren waar nodig en door het team uit te nodigen zelf te reflecteren. Daarbij geldt een belangrijk ethisch uitgangspunt: ga zo diep als nodig, maar niet dieper. Een team van bankmedewerkers heeft meestal geen ‘levenslijn’ nodig om op te tekenen; voor hulpverleners in de jeugdzorg, het welzijnswerk of intensieve zorg kan dat juist wel waardevol zijn.
Maar pas op: dieper graven is niet automatisch beter, het gaat om effectief teamwerk, niet om (vooral) persoonlijke ontwikkeling.
Tot slot vraagt deze rol ook iets van jou als leider zelf: Neem feedback van je team niet persoonlijk en wees zelf het voorbeeld dat je van anderen vraagt. En sta open om feedback te ontvangen, wees je ervan bewust dat je soms ook een soort projectiescherm bent: een plek waar het team kwijt kan wat het zelf (nog) niet kan dragen. Dat hoort bij de rol en dit vergt mogelijk extra ontwikkeling van jou als leider (en persoon).
Conclusie
Coachend leiderschap is geen modegril, maar een antwoord op iets dat we steeds beter onderbouwd zien: teams die zich kunnen ontwikkelen, presteren beter, en mensen die als geheel serieus genomen worden, functioneren gezonder en zelfstandiger. Dat vraagt wel om een leider die kan schakelen, die structuur biedt waar dat nodig is en ruimte geeft waar dat kan. Niet sturen voor de zekerheid, en niet loslaten uit gemakzucht, maar steeds opnieuw aanvoelen wat dit team op dat moment nodig heeft.
Vijf tips om vandaag mee te starten
- Check eerst de structuur. Zijn rollen, doelen en verantwoordelijkheden helder? Zonder dat fundament heeft coachen weinig zin.
- Luister net iets langer dan je gewend bent voordat je een oplossing aandraagt, vaak ligt het antwoord al bij het team zelf.
- Vraag jezelf bij elke taak af: kan het team dit zelf, of neem ik het onnodig over?
- Pas je stijl aan op de fase van het team: meer sturing bij een nieuw team, meer ruimte bij een team dat al stevig staat.
- Ga in gesprekken zo diep als nodig is voor het werk en niet dieper. Coachen is geen therapie.
Wil jij meer coachend leidinggeven? Volg onze opleiding coachend leidinggeven of ga voor 1 op 1 coaching. Behoefte om eerst even contact te hebben? Je kunt ons bereiken op 020 – 2442 838 of info@zelforganisatiefabriek.nl.
Dit blog is onderdeel van een reeks over het onderwerp coachend leidinggeven. Zo hebben we blogs over verschillende onderwerpen die allen bijdragen aan jouw coachend leidinggeven vaardigheden. Benieuwd? We hebben er hier nog een paar voor je op een rijtje gezet:
- Leidinggeven zonder micro managen: hoe leer je echt coachend leidinggeven?
- Situationeel leiderschap: de kunst van doeltreffend leidinggeven
- Coachen van medewerkers, hoe pak ik dat aan? 7 stappen & tiphttps://zelforganisatiefabriek.nl/kenmerken-coachend-leiderschap/
Bronnen:
- Halaychik, C. S. (2016).Leadership theories. In Lessons in Library Leadership (pp. 1–56). Elsevier. https://doi.org/10.1016/B978-0-08-100565-1.00001-7
- Hersey, P., & Blanchard, K. H. (1985). SLII: Asituational approach to managing people. Blanchard Training and Development.
- Kirkpatrick, S. A., & Locke, E. A. (1991).Leadership: Do traits matter? Academy of Management Executive.
- Northouse, P. G. (2003).Leadership: Theory and practice.
- Thunnissen, M. & Graaf, A. de (2013). Leerboek Transactionele Analyse. Utrecht: De Tijdstroom
- Van der Meer, M. (2007). Afstudeeronderzoek naar leiderschap en teamontwikkeling.
- Van der Meer, M. (2026). Leiderschap envolgerschapmet een TA-bril bekeken.







